Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /var/www/vhosts/jantuttel.nl/httpdocs/wp-includes/post-template.php on line 284

Beeldig en beeldend werk


LandschapskunstMet kunst is het uitkijken – weinig mensen weten er alles van af, maar veel mensen zeggen er toch van alles over. Als werken van kunstenaars in het wild terechtkomen, doen beide groepen zich gelden. En zo hoort het ook. Kunst, beeldhouwkunst te velde moet tot de verbeelding spreken. Maar de vraag blijft hoe beeldig of beeldend die werken zijn. Voegen ze wat toe aan de omgeving, geven ze er een extra accent aan of gaan ze op in het landschap – ja wat gebeurt er eigenlijk? Je loopt er tegen aan als je kunst te velde tegenkomt, bijvoorbeeld een beeldend voorwerp dat daar niet van nature uit de grond is komen groeien. Het is er geplaatst.

Eind oktober vond in de gemeente Borger-Odoorn de opening (of ingebruikneming?) plaats van twee exposities onderdak en enkele beelden buiten in het wild. In het Hunebeddencentrum te Borger ging het om de tentoonstelling van prehistorische rotstekeningen uit Zweden; in Exloo betrof het de expositie ‘Mysterieuze beelden uit de prehistorie in het heden’ in het cultuurhistorisch museum Bebinghehoes. Samen met de buitenbeelden vormen ze een fraaie kunstroute op de Hondsrug, waarover Hans Zabel bij de opening boeiend en beeldend kon spreken. Het zijn zwerfstenen, maar dan door beeldende kunstenaars ‘vormgegeven’. Het blijft graniet of hardsteen, maar het is bewerkt en bezield geraakt.

Buiten staan bijvoorbeeld forse zwerfstenen beelden in het Hunzebos en op de es bij Drouwen. En nu het aardige: ze horen daar -alsof ze er gegroeid zijn. De plek is perfect of het beeld is perfect, maar de combinatie is het zeker. Kunst in het Drentse landschap, maar geen landschapskunst. Dat zijn hunebedden ook niet, hoewel de ordening en de verschijning wel tot de verbeelding spreken. Ook in andere streken waar je zulke prehistorische stenen monumenten aantreft. Het geldt eveneens voor de duizenden jaren oude rotstekeningen, die onze prehistorische voorgangers in de granieten rotsen griften.

Er is een theorie die zegt, dat zulke vastgelegde cultuurresten als hunebedden en rotstekeningen ooit mede als doel hadden ‘het toe-eigenen’ van het landschap, als oriëntatiepunten in tijd en ruimte – de woeste omgeving een beetje van jezelf meegeven zodat het meer ‘eigen’ wordt. Het gaat deel uitmaken van die omgeving. Dat gebeurt nu ook met de zwerfsteenbeelden ‘Mental Map’ van Petra Boshart en ‘Weightslifting’ van Ton Kalle.

Het is geen landschapskunst of ‘landart’. Dan gaan de projecten het landschap ‘verbeteren’, accentueren, verfraaien of de omgeving dient puur als decor. In de Veenkoloniën zijn de houten ‘Wachters’ en de houten stellages ‘Spoor & teken in het landschap’ van Magda Lagerwerf voorbeelden van fraai accentueren van het landschap. ‘Broken Circle/Spiril Hill’ van Robert Morris ligt in een omgevingsdecor; het had ook ergens anders kunnen zijn.

Het landart-idee begon bij Bruno Taut, die begin deze eeuw Alpentoppen nog ‘mooier’ wilde maken. Hij wilde de Matterhorn volzetten met stukjes glas om hem meer te laten blinken. Het ruigste voorbeeld zie je in Amerika, waar Borglum c.s. in de jaren dertig vier presidentskoppen beeldhouwde in een meer dan 100 meter hoge bergwand.

Hebben wij even geluk dat de Hondsrug maar dik dertig meter hoog is en vol zand zit?

Jan Tuttel
eerder verschenen in ‘t Nieuwsblad van het Noorden, 09 november 2000

, , , ,

  1. No comments yet.
(will not be published)