Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /var/www/vhosts/jantuttel.nl/httpdocs/wp-includes/post-template.php on line 284

Bentheimer zandsteen


Bentheimer ZandsteenSommige waarheden zijn hard. Veel oer-Nederlandse monumenten zijn grotendeels buitenlands – gemaakt van importgesteente uit andere landen. Ja, die dikke flinten haalden we van het veld en groeven we uit de essen, maar dat graniet is hierheen geschoven vanuit het Baltische gebied.

Er zit in Nederland weinig rotsgrond binnen handbereik: iets bij Losser, een groter stukje bij Winterswijk en wat meer in Zuid-Limburg. Er bestaat al lang handel in natuursteen, als bouwsteen, molensteen of als straatsteen (‘kinderkopjes’). Het bakken van klei uit eigen bodem tot baksteen, is een middeleeuwse toepassing. In Noord-Drenthe zijn -met moeite- kleigaten van dat prille begin terug te vinden. In de oudste Drentse kerken zit nog tufsteen, uit de Eifel.

Het ligt voor de hand om zwaar of volumineus transport niet van ver te laten komen. ‘t Liefst uit eigen land of een buurland. Ook de beschikbaarheid van goede verbindingen was een belangrijk punt. Tegenwoordig is dat geen probleem. Een grote natuursteenhandel in Drenthe haalt materiaal uit alle werelddelen.

Vroeger was vooral het vervoer over water van belang. Via de Rijn en IJssel kwamen molenstenen en basaltblokken uit de Eifel naar het Noorden, waarna transport per as volgde. Over de Vecht vervoerde men de zandsteenblokken uit de groeven van Bentheim en Gildehaus. Zwolle was overslagplaats voor doorvoer naar Holland. De Weser was de Weserzandsteen-route richting Bremen. Daar ging het o.m. als ballast mee met de zeilvaart naar Amerika. Het Vrijheidsbeeld staat niet toevallig op een voetstuk van Weserzandsteen.

Verscheidene monumenten van nationale allure zijn opgetrokken uit de Bentheimer zandsteen, zoals het Paleis op de Dam en de Martinitoren in ‘Stad’. Die zandsteengroeven liggen “bie de Lut’, achter ‘n paol” (= ‘dichtbij’ in Twente). Het materiaal laat zich goed bewerken en is weer- en watervast. Logisch dat men ook duurzame gebruiksartikelen uit Bentheimer zandsteen vervaardigde.

Zo zijn vooral de Romaanse doopvonten in de noordelijke contreien bekend en de water- en voertroggen (thans bloembakken), waterputten op ‘t erf en schampstenen bij de baanderdeuren in Oost-Nederland. Aardig zijn de grenspalen tussen het vroegere Koninkrijk Hannover en Nederland.

De onderbouw van stenen watermolens op de beken in Twente en de Achterhoek bestaat vaak uit zandsteenblokken, evenals de kademuren. Bij groot onderhoud en restauratie plaatste men een apart steenblok, met ‘feit & datum’ ingebeiteld. In de 12de eeuw werd de Bentheimer zandsteen al gebruikt bij de Twentse kerkenbouw. Vanaf de 15de eeuw komt dit materiaal aan bod in de Nederlanden, tot Mechelen aan toe. Het materiaal werd lang toegepast bij restauratie en nieuwbouw, tót het gebruiksverbod van 1951 vanwege de fatale beroepsziekte stof- of steenlongen (silicose).

Er waren veel Nederlanders betrokken bij de handel en verwerking van Bentheimer zandsteen. Hoewel de steen grijs (d’Olle Grieze) tot zwart verweert, is de natuurkleur lichtgeel. In Hollandse steden was de oorspronkelijke zandsteenkleur opvallend. Later is men die kleur gaan namaken in verf. Restaurateurs brengen nu de kleur ‘bentheimer’ terug, die in Amsterdam zelfs ‘karakteristiek voor het stadsbeeld’ wordt genoemd.

In Drenthe is de Bentheimer zandsteen schaars toegepast. Tussen Groningen en Zwolle vind je niet veel. We moeten het zoeken op de expositie ‘Sporen in Zandsteen’, die tot midden 2001 in de Euregio rondreist.

Jan Tuttel
eerder verschenen in ‘t Nieuwsblad van het Noorden, 16 januari 2001

 

, ,

  1. No comments yet.
(will not be published)