Bomen van naam


Major Oak  -Sherwood ForestDe naam ‘de Brabander’ voor de (omgevallen) dikke den in de bossen bij Lhee, is een tijdje in het achterhoofd opgeslagen geweest. Het dook weer op bij een vraag over Robin Hood, waarvoor de boekerij van Nottingham en Sherwood Forest op tafel kwam. Uiteraard met foto en verhaal van de ‘Major Oak’, de reuzeneik van vermoedelijk 800 jaar oud. Er staan daar ca. 1000 van zulke minstens 500 jaar oude eikenknarren, wat een verhaal apart is (want in 1680 stonden ze notabene geboekt als slecht timmerhout).

Deze beroemde historische reus (met jaarlijks groen blad) heeft een holle stam, waar meer dan twintig man in passen. Hij heeft in de 18de eeuw een tijdje de ‘Queens Oak’ geheten, maar de lokale bevolking kende hem rond 1850 ook als het hanenhok, de ‘Cockpen Tree’. Bij illegale hanengevechten werden de beesten daar zolang in gestopt. De boom wordt nu beschermd tegen het publiek, want hij moet dagelijks 1000 liter water oppompen voor zijn bladerdek. Teveel belangstelling leidde tot bodemverdichting. Er zit nu een hek omheen om al die voeten op afstand te houden. Maar het ging me om de namen van specifieke oude bomen.

De vraag aan bomenkenners in Drenthe luidde dus: hebben onze eeuwenoude eiken (en andere bomen) ook zo’n namenhistorie? De ‘Breukenboom’ te Yde is welbekend, meer om de geschiedenis als spijkerboom dan om de ouderdom.. We kennen de Grenslinde bij Midlaren (met een nieuw decor erachter) en de eveneens eeuwenoude Grenseik van Beilen.

De oeroude eik bij het Lieverense Diepje is gewoon de ‘Dikke eik’, net als de gewone ‘Dikke beuk’ van De Wijk. Het mag eigenlijk geen naam hebben, behalve speciaal geplante herdenkingsbomen als de Wilhelminabomen en de Beatrixbomen. In Duitsland koestert men tientallen, breed vertakte linden als ‘Tanzlinde’. Men bouwde in de dikke bomen platforms in twee of drie etages, waarop het orkest tussen het gebladerte speelde. In Limmersdorf (Beieren) gebeurt het nog zo. In Effelder (Thüringen) meet het plankier in die ‘Tanzlinde’ 7 meter in doorsnee. In Hitzacker gebruikten ze een oeroude kastanjeboom. Hun ‘Tanzkastanie’ prijkt trots op ansichtkaarten.

Een snelle ronde op de vakantiestafkaarten brengt in de Eifel de ‘Köningsfichte’, de boomtweeling ‘Adam und Eva’ en de ‘dr. Walter Eder Fichte’ in beeld. Dichterbij, in Rheine, staat de ‘Spök Eeke’, een spookeik. In het Weserbergland vind je de ‘Wolfseiche’, ‘Lohengrineiche’, ‘Judenbuche’, ‘Antoniuslinde’, ‘Martinseiche’, ‘Gewittereiche’ (onweerseik), ‘Schneidersbaum’ en de ‘Wilddiebseiche’; slechts een kleine selectie van ‘bomen van naam’. Die ‘Wilddiebseiche’ kan zowel vroeger stropers verborgen hebben, als juist de boom zijn geweest waaraan ze werden opgehangen. Stropen in het woud was een halsmisdaad.

Er zijn in Nederland ook bekende bomen als de Gelderse ‘Napoleonboom’ en ‘Wodanseik’, de ‘Nummerboom’ in Gaasterland en minder bekende als de ‘Vierlingsboom’, een meerstammige klauter-den in de bossen van Twickel. De oudste boom in Flevoland is een ‘dikke’ wilg bij Lelystad-Haven, ontsproten uit een door mensenhand neergezette wilgenteen of piketpaaltje. Hij is genoemd naar ir. Klasema, van de Dienst Zuiderzeewerken. Er staat een sierhekje omheen.

Toch knaagt de vraag: Hebben we in Drenthe echt niet meer ‘bomen van naam’?

Jan Tuttel
eerder verschenen in ‘t Nieuwsblad van het Noorden, 10 april 2001

 

, , , , ,

  1. Nog geen reacties.
(wordt niet gepubliceerd)